cropped-Yinyang_heaven-earth_with_the_Seven_Stars_of_the_North_and_the_mountain.svg_.png

Bewaren

‘Wie het spirituele in zich bewaart en de Leegte belichaamt, wie zich concentreert op de ch’i en de zachtheid teweegbrengt, zo iemand bereikt de oorsprong …’

Laozi wordt gezien als de ‘stichter’ van de Tao. Hij zou zelf raar opkijken als hij zou zien dat zijn gedachten na 2500 jaar nog steeds superactueel zijn. Laozi’s boek, de Tao Te Tjing is een vorstenspiegel, dwz het is een boek met raadgevingen aan de toenmalige heersers. Zhuangzi leefde een paar honderd jaar later. Hij is al helemaal klaar met de heersende klasse van zijn tijd. Zijn werk richt zich veel meer tot gewone mensen. Hij schrijft ook heel anders, maar bouwt wel voort op de basis-ideeen van Laozi.  Een van de beroemdste fragmenten uit zijn boek, de ‘Zhuangzi’, is de vlinderdroom:

‘Eens droomde ik dat ik een vlinder was. Een fladderende vlinder, vrij en blij, die niet wist dat hij Zhuangzi was. Toen ik plotseling ontwaakte, was ik ineens Zhuangzi. Nu weet ik niet of ik droomde dat ik een vlinder was, of dat de vlinder droomde dat hij Zhuangzi was. Toch moet er tussen Zhuangzi en de vlinder een onderscheid bestaan. Dat is was ‘de tranformatie der dingen’ wordt genoemd.’

Dit verhaal is op meerdere manieren uitgelegd. Zhuangzi waarschuwt in de rest van zijn werk vaak tegen ‘fixatie’, dat mensen zich teveel vastleggen op dat wat zijn denken wat ‘waar’ is en menen te weten wat ‘waar’ is. Terwijl alles altijd verandert (vlinder!!) en je dus nooit van een waarheid kunt spreken. Zhuangzi heeft het ook vaak over het feit dat mensen teveel denken en dat dit ten koste gaat van de spontane directe ervaring.

 

Wat hij in dit korte fragment waarschijnlijk wil zeggen is dat hij in beide toestanden, zowel in de ‘vlinder-modus’ als in de ‘Zhuangzi-modus’ tevreden was. Je hebt zowel in de ene als in de andere vorm geen weet van die andere modus. Je kunt dus uiteindelijk niet echt weten wat werkelijkheid is: de vorm waarin je nu verkeert of een vorm waarin je ooit komt te verkeren. Maar het doet niet terzake als je, in welke modus dan ook, tevreden bent. De ene ‘staat van zijn’ is dus niet beter dan de andere. Zhuangzi trekt die lijn zelfs door naar de dood: misschien ben je tijdens je dood ook wel tevreden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dat niet zo zou zijn, in welke vorm je dan ook bent. Er is een kinderboek, van een meisje dat op een kerkhof treurt om de dood van iemand. Daar ontmoet ze een grote stille man. Wat een heel vriendelijke man blijkt te zijn, die zich afvraagt waarom de mensen zo bang voor hem zijn. Inderdaad: de dood. Deze man wordt haar vriend. De schrijfster van dit boek vraagt zich dus eigenlijk hardop af, waarom we eigenlijk zo bang zijn voor de dood. Waarom hebben we daar de man met de zeis van gemaakt?

 

Zhuangzi speelt ook met dat beeld als zijn vrouw gestorven is. Men verwijt hem een dag  na de begrafenis dat hij niet genoeg treurt. Hij zegt dan: ‘Natuurlijk was ik eerst verdrietig, net als iedereen. Maar toen ik er beter over nadacht besefte ik dat ‘Ze rustig ligt in het Immens Huis’ (het Universum). Hij zegt daarna dat hij met luid geweeklaag haar rust zou verstoren en daarmee aan zou geven dat hij haar tekort doet en er blijkt van geeft dat hij de natuurlijke weg van alle wezens niet snapt en accepteert. Hij legt dus een gevoel van geborgenheid in het Universum. En hij creeert bij zichzelf ruimte voor berusting. En dat troost hem.

 

(De zangeres is Renee Fleming. Zij zingt uit Madame Butterfly)

 

kraanvogel-gedraaid.jpg

Vallen

De meeste mensen hebben wel eens gehoord van het verhaal van Icarus. Een jonge griekse man die zijn vader de kop gek zeurt omdat hij wil vliegen. Zijn vader, Deadalus, een wijze man, wil dat niet. Hij ziet dan zijn zoon nog te onbesuisd is en te weinig levenservaring heeft voor het toch gevaarlijke vliegen. Maar uiteindelijk gaat hij toch overstag en staat het toe. Hij maant zijn zoon: ‘Jongen kijk uit, ga niet hard, vlieg niet te snel, je kent de krachten van het vliegen nog niet en beheerst ze nog niet.’  Je voelt hem aan aankomen: de knaap begint aarzelend, maar als het goed lijkt te gaan, gooit hij alle remmen los. Hoger dan hoog gaat hij. Tot hij te dicht bij de zon komt, zijn vaart niet meer kan inhouden en de zon het was van de vleugels die hij aangeplakt heeft laat smelten. Waarna Icarus in zee stort.

In de Dao wordt voor precies hetzelfde gewaarschuwd. De yin-en-yang theorie zegt oa: aan alles is een grens. Als iets teveel yang wordt, teveel energie kracht en snelheid krijgt – als iets te groot wordt, is het zeker dat er vroeg of laat een kritische grens bereikt wordt, die voor een plotselinge terugslag zorgt. Je hebt als mens de keus: of zelf, harmonieus, op tijd een ombuiging maken – of doorgaan. Maar dan zal de terugslag ook met een ramp, een crisis gepaard gaan.

 

 

 

universe 05-22-2015v8_900

Kracht

Met Yin-kracht gaat het wel 

In Friesland werd een paar jaar geleden door onverwacht noodweer een hele kudde paarden ingesloten in water. De hele kudde van 100 paarden dreigde te verdrinken. Meerdere malen probeerden mannen de paarden op de yang-manier naar droge grond te drijven: door op te jagen en te drijven. Dat lukte niet. Daarna stelden een stel vrouwelijke ruiters voor het op een ander manier te doen: door te lokken en de verleiden – door zachte kracht.

 

Lao zi

Volgens de traditie is de Dao De Jing (Tao Te Ching is de oude spelling) geschreven door Lao-zi (oude spelling Lao-tse), de grondvester van het Taoisme. Als hij nog leefde zou hij erg opkijken als hij zag dat zijn denken nog steeds bestaat. Het is typerend hoe hij de geschiedenis verlaat: anoniem. Hij wil geen grootste toestanden, hij vertrekt stilletjes op zijn waterbuffel naar het Westen. Bij een grenspost wordt hij herkend door de grenswacht, die hem bijna smeekt zijn gedachten op papier te zetten. Uiteindelijk doet Lao-zi dat. Hij blijft twee dagen en schrijft alles op wat volgens hem van belang is. Kort en summier. Vooral uitgangspunten. Na 2 dagen vertrekt hij naar het Westen, waar de zon onder gaat, naar het land van de Onsterfelijken. Niemand heeft hem daarna nog gezien.

Dat hij op een waterbuffel zit, en niet bijvoorbeeld trots te paard zoals veel anderen, of in hemelse glorie ten hemel opstijgt, is niet zonder betekenis.

Reality-Bases

Beelden


In het basisboek van de Tao, de Tao Te Ching, worden voor de Tao verschillende metaforen gebruikt.  Soms wordt de Tao vergeleken met water: vloeiend, de laagste plek zoekend, voedend, meestal rustig. Ook wordt het beeld van de vrouw, de moeder gebruikt. Met hetzelfde element erin: zachtheid, flexibiliteit en voedend, leven gevend. Op andere momenten komt het beeld van het kind weer naar voren. Vanwege de spontaanheid, de gerichte kracht die een kind heeft, de puurheid en de directheid. Maar in de eerste ‘opvolger’ van de Tao Te Ching, de Zhuangzi, wordt de Weg van de Tao vaak vergeleken met zwerven en spelen. Met vrijheid en speelsheid dus.