Beelden


In het basisboek van de Tao, de Tao Te Ching, worden voor de Tao verschillende metaforen gebruikt.  Soms wordt de Tao vergeleken met water: vloeiend, de laagste plek zoekend, voedend, meestal rustig. Ook wordt het beeld van de vrouw, de moeder gebruikt. Met hetzelfde element erin: zachtheid, flexibiliteit en voedend, leven gevend. Op andere momenten komt het beeld van het kind weer naar voren. Vanwege de spontaanheid, de gerichte kracht die een kind heeft, de puurheid en de directheid. Maar in de eerste ‘opvolger’ van de Tao Te Ching, de Zhuangzi, wordt de Weg van de Tao vaak vergeleken met zwerven en spelen. Met vrijheid en speelsheid dus.