Aard

egg ff

‘De heerser van de Zuidzee heette Overijld, de heerser van de Noordelijke Zee heette Roekeloos en de heerser van het Midden heette Hundun. Overijld en Roekeloos troffen elkaar soms in het gebied van Hundun in de vorm van een ei, door wie ze bijzonder goed werden ontvangen. Overijld en Roekeloos namen zich voor iets voor Hundun terug te doen en zeiden: Bijna elk wezen heeft openingen: om te zien, te horen, te eten en te ademen. Alleen hij heeft er geen. Laten we hem helpen en proberen ze bij hem ook te boren.’ Iedere dag boorden ze 1 opening. En op de zevende dag stierf Hundun’

Dit verhaal gaat over misschien wel het belangrijkste uitgangspunt van de Tao: ‘niet ingrijpen’, ‘Wu wei’. ‘Niet ingrijpen’ betekent in de Tao niet niets doen, maar niet ingrijpen in de aard of de natuur van van iets of iemand. Overijld en Roekeloos bedoelden het goed, maar ze konden niet het geduld opbrengen om te wachten tot uit Hundun vanzelf iets zou ontstaan. Ze grepen van buiten in en respecteerden de eigen aard van Hundun niet.

Maar ook: de oude Chinezen waren zich heel erg bewust van het feit dat er via onze zintuigen van alles in ons binnendringt. Daarom heetten de twee ook ‘Overijld’ en ‘Roekeloos.’ Zintuigen maken begerig, onrustig, jagen op. Overijld en Roekeloos dachten: Ei moet ook zo zijn. Net als wij. Dan ben je pas gelukkig. En vergaten daarbij, met al hun goede wil, dat Ei anders was en van binnen leefde. En dat er misschien, als de tijd rijp was, iets uit zou komen. Als hij met rust gelaten zou worden en zijn eigen tempo had kunnen volgen.