Basis

‘Taoisten’ zijn realisten: zij zien heel goed dat er pijn, leed en problemen bestaan in de wereld en in het leven en lopen daar niet voor weg. Maar ze hebben ook gezien dat wij zelf zijn voortgekomen uit de natuur en dat de natuur sterk en veerkrachtig is. In de Tao speelt het begrip ‘vanzelf’ een grote rol. Overal duikt ‘vanzelf’ leven op, overal richt leven zich na beschadigd te zijn, ‘vanzelf’ weer op. Je hoeft alleen maar te wachten, het rust en tijd en voorrang te geven.’ Dat is enorm hoopgevend en optimistisch.

In de ogen van een Taoist hoeft de natuur ook niet verbeterd te worden, sterker: laat de natuur met rust. Zij vindt haar eigen evenwicht en dat is goed zo. Daarin verstoring aanbrengen (‘wu wei’) kan alleen maar nadeel opleveren. Wat mensen doen is dat verbeteren, eigen ideeen en codes bedenken en ontwikkelen. En daarmee zichzelf in de nest werken. Vandaar dat een Taoist met weinig tevreden is. Eenvoud handhaaft, want meer maakt ingewikkeld en dat gaat ten koste van harmonie.