Tao in the city

Het is geen kunst innerlijke vrede te vinden aan op een mooie plek bij een kabbelende beek in een vredig bos of bij kaarslicht in een serene omgeving. Dat is zo weer weg als je weer de drukte van het leven weer intuimelt. Het gaat er juist om een levenshouding te vinden en je yin – en yang balans te kunnen bewaren temidden van de hektiek van alledag. De oude Chinezen waren een heel praktisch en nuchter volk. Wat niet werkte, werd vergeten. De Tao bestaat nog steeds, tegen alle verdrukking in. Dat is geen toeval.

 

Een reis van 1000 mijl

 

 

 

Dit is Don Justo uit Barcelona. Hij bouwt aan een kathedraal. In zijn eentje. Al 51 jaar. Hij gaat niet meemaken dat het af komt, want hij is al hoogbejaard en ‘er is nog veel te doen’ zoals hij zegt. In vers 64 van de Tao Te Tjing staat o.a.: ‘…..De reis van duizend kilometer begint aan je voeten.’ Veel mensen denken dat het er bij dit citaat om gaat dat een groot karwei nu eenmaal een keer moet beginnen. Een soort aansporing om de eerste stap te zetten in het DOEN van iets. Maar wie de rest van het vers leest, ziet dat het om iets anders gaat: namelijk dat je weliswaar moet beginnen, maar dat elk begin kwetsbaar is. Dat je dan dus extra voorzichtig moet zijn. Want anders storten de voornemens vaak al snel in en leg je iets wat in je aard zit en bij je past terzijde omdat het niet lukt. En dat is jammer, een droom laten vervliegen.

Kiezelstenen

De Taoist heeft er geen behoefte aan te schitteren. Sterker: hij wijst het af. Wie schittert heeft weliswaar op korte termijn succes, applaus en aandacht – maar zo velen kunnen de gevolgen niet aan. Je wordt geleefd, je karakter verandert, stress, anderen die aan je trekken, je wilt meer en meer, anderen worden jaloers en gaan je de voet dwars zetten. Hoeveel artiesten zijn er al niet kapot gegaan aan hun roem? En te vroeg. Van Michael Jackson tot Herman Brood. Dit provocerende citaat daagt iedereen uit daar over na te denken. Een kiezelsteen is onopvallend, maar ook uniek. En super oud. Tao, een tevreden leven, zit net zo goed in een onopvallend leven.

Vers 39 Tao Te Tjing.

Haiku maken

 

 

 

Een haiku (iets anders dan een koan) is een heel compact ‘gedicht’, dat bestaat uit 3 regels en 17 lettergrepen, in de verdeling 5-7-5. Het hoort in 1 adem gelezen te kunnen worden: Zen- Ki – uitademen!. De woorden zijn eenvoudig en mooi. Er is geen opsmuk, kitsch of geen tierelantijnen, zoals dat in de Zen nooit het geval is. Een haiku bevat altijd iets over een seizoen of de nieuwjaarsochtend. Dat is in Japan het 5e seizoen: de Grote Morgen of Eerste zon, luidt het begin van de lente in en is de aanvang van een nieuwe cyclus, iets nieuws, een nieuwe fase. Vernieuwing. Heilig en vrolijk. Een haiku gaat over de wereld en niet over de beleving van de maker. Dat zijn de enige vormvereisten.

Inhoudelijk zijn er nog wel een aantal essenties. De haiku is misschien het best te vergelijken met de penseelprenten uit het Verre Oosten: in een paar streken staat een diepe sfeer en gedachte. Er is een diepe gedachtegang, leegheid of concentratie aan vooraf gegaan. Het probeert in die paar streken een moment, een situatie, een stemming te duiden of te vangen. De meeste haiku verbeelden natuurscenes. Een haiku bevat slechts 1 gedachte tegelijk.

Het lezen van een haiku vergt aandacht. Je tempo verlagen, gevoelig worden voor subtiliteit. Soms opent zich ineens een nieuw perspectief in je geest. Soms lees je na een periode een haiku nog eens en zie je er ineens iets anders in. De haiku spiegelt iets in jou!

In feite vormen de woorden van de haiku de edelstenen die samen een een snoer vormen: je kunt de stenen een voor een bewonderen, maar ook aaneengeregen: als een snoer. De som is dan meer dan het geheel der delen. Alles is met elkaar verbonden waardoor de optelsom een meerwaarde heeft.

Voorbeelden:

In het lentebos
een zweem van groen, geel, blauw
een aquarel, nog nat.

D’ oude vijver
een kikker springt van de kant
geluid van water.

Op de tempelklok
is een vlinder gevlogen
en ingeslapen.

Ik schepte de maan
in mijn schotel, en goot hem
weg met het water.

Op de tempelklok
is een vlinder gevolgen
en ingeslapen

Deze toelichting gaat over de authentieke haiku. Natuurlijk staat het iedereen vrij om daar zijn of haar eigen perspectief in te brengen. Een haiku is dus niets voor deze tijd, waarin alles snel en haastig moet. En daarom is het juist iets voor deze tijd. Een haiku neemt je mee op een innerlijke reis. Jouw reis.

Zwerven

Mantelmeeuw

Zwerven

Van de onaanraakbare dingen zijn meeuwen de mooiste

vlak boven de golven, ons
kielzog langzaam kruisend
geen doel, geen spoor, geen
toekomst of afkomst te zien.
Een zwerver, anoniem. Even
een heuvel van lucht over,
dan trekt hij de draad van
zijn vlucht weer recht, zijn
hartslag wiekslag, een beweging
die zich onbewogen losmaakt
van wat hem vastlegt.

(vrij naar Theo de Jong)

Do not stand…

Dit ontroerende gedicht wordt veel voorgelezen als iemand overleden is. Het is gemaakt aan de keukentafel door een eenvoudige Amerikaanse huisvrouw, Mary Elizabeth Frye. Het gedicht IS niet alleen ‘tao’, ook de manier waarop het ontstond is ‘tao’: spontaan en heel natuurlijk. Ze zal zich waarschijnlijk niet eens bewust zijn geweest van het feit dat haar gedicht zo precies het hart van de tao weergeeft. De tao is, om te beginnen, de enige levenshouding ter wereld die zichzelf als de moeder van alle dingen ziet. Godsdiensten gaan altijd uit van een vaderbeeld bvb. Daar vloeit een heel ander waarden en normenpatroon uit voort. Dit gedicht heeft dus niet toevallig veel troostends.

Daarnaast beschrijft het ook de spiritualiteit van de tao: na onze dood keren we weer terug naar de ‘moeder’ – de tao, de bron van alles wat bestaat, en transformeren we in iets anders. (Let wel, dit is niet een vorm van reíncanatie, zoals de Boeddhisten het kennen).