Mantelmeeuw

Mantelmeeuw

Mantelmeeuw

Van de onaanraakbare dingen
zijn meeuwen de mooiste

Hij reist in rechte lijn
vlak boven de golven, ons
kielzog langzaam kruisend.

Geen doel, geen spoor, geen
toekomst of afkomst te zien.
Een zwerver anoniem.

Even een heuvel van lucht over,
dan trekt hij de draad van
zijn vlucht weer recht, zijn

hartslag wiekslag een beweging
die zich onbewogen losmaakt
van wat hem vastlegt.

Gedicht van Theo de Jong in de bundel Achter gewone woorden.

Beelden


In het basisboek van de Tao, de Tao Te Ching, worden voor de Tao verschillende metaforen gebruikt.  Soms wordt de Tao vergeleken met water: vloeiend, de laagste plek zoekend, voedend, meestal rustig. Ook wordt het beeld van de vrouw, de moeder gebruikt. Met hetzelfde element erin: zachtheid, flexibiliteit en voedend, leven gevend. Op andere momenten komt het beeld van het kind weer naar voren. Vanwege de spontaanheid, de gerichte kracht die een kind heeft, de puurheid en de directheid. Maar in de eerste ‘opvolger’ van de Tao Te Ching, de Zhuangzi, wordt de Weg van de Tao vaak vergeleken met zwerven en spelen. Met vrijheid en speelsheid dus.

Zwerven

Mantelmeeuw

Zwerven

Van de onaanraakbare dingen zijn meeuwen de mooiste

vlak boven de golven, ons
kielzog langzaam kruisend
geen doel, geen spoor, geen
toekomst of afkomst te zien.
Een zwerver, anoniem. Even
een heuvel van lucht over,
dan trekt hij de draad van
zijn vlucht weer recht, zijn
hartslag wiekslag, een beweging
die zich onbewogen losmaakt
van wat hem vastlegt.

(vrij naar Theo de Jong)