Het Taoïsme is eigenlijk geen ‘…isme.’ De Tao kent geen organisatie, geen opperst gezag, geen vaste hierarchie, geen leider, geen heilig boek en is geen godsdienst. Ze is universeel en uniek in de wereld. Hoewel voor het eerst op schrift gesteld rondom 500 voor aanvang van onze jaartelling, lijkt het alsof ze gisteren is geschreven en antwoord heeft op de vragen van vandaag.

 

Haar symbool, de Taijitu, het ‘Yin-yang-teken’ bestaat uit een gesloten cirkelvorm dat oneindigheid, maar ook begrensdheid verbeeld: cyclisch denken. De golfvorm in het midden is bewust een golfbeweging. Het wil daarmee geleidelijke verandering en beweging verbeelden. Omdat alles altijd verandert – en dat niet tegen te houden is. Het Taoïstische denken vertrekt dan ook vanuit de grondslag dat rustig meegaan met verandering het enige gezonde antwoord is. Vasthouden, stilstaan, levert vroeg of laat altijd spanning op. Het zwarte is yin: het geeft ‘naar binnen gaan’ aan, kleiner worden, afnemen, krimp, rust. Het witte is yang: groter worden, ‘naar buiten gaan’, expanderen, beweging, actie. Dit zijn de twee kosmische basiskrachten waarop al het andere rust. Ze zijn gelijkwaardig en het ene kan niet zonder het andere. Wat alleen maar actie voert, komt vroeg of laat tot de ontdekking dat het niet meer gaat, omdat de natuur aangeeft: rust nu. En andersom. In het zwarte veld staat een (gestyleerde) witte punt. Dit was oorspronkelijk een zaadje. Om aan te geven dat op het hoogtepunt van yin, in de kiem haar tegendeel – yang – zal ontstaan en groeien en vroeg of laat de yin zal gaan overheersen, zoals in het het witte veld een zwart yang-punt te zien is, dat het omgekeerde verbeeld.